pers

Gonzo, vrijdag 25 maart 2005:

De Nieuwe Elektronische Braafheid

Koffie slurpen met Gudrun Und Babs

Door Guy Bindels

Tegenover mij zitten twee wrakken. Maar net als bij het wrak tegenover hen is het ook bij hen hun eigen dikke schuld. Het is 11 uur zaterdagochtend in een donker hol dat pretendeert een café te zijn. Nog geen paar uurtjes voordien gingen ondergetekende en de dames Gudrun Gut en Barbara Morgenstern gezamenlijk uit de bol in een ander donker hol dat effectief heel eventjes de beste club van het land was. Labelbaas Gut en vaandeldrager Morgenstern stelden op 23 mei de bijzonder fijne elektropop-catalogus van de Berlijnse independent Monika Enterprise voor in een overvolle en uitgelaten Recyclart.

Naast zwaar afzien is het dus toch ook wel een klein beetje nagenieten, daar met ons drieën, tussen die veertien koffies, vijf croque-monsieurs en twee pakken sigaretten.
Gudrun Gut: “Het was zalig gisteren. Ik had nooit verwacht dat er zoveel volk zou zijn komen opdagen. Maar naast de grote publieksopkomst was het toch vooral de enthousiaste respons van de concertgangers die mij echt veel plezier heeft gedaan. Ik had echt spijt dat ik enkel tussen de verschillende live-sets plaatjes kon draaien. Op een half uurtje tijd kan je niet echt iets opbouwen, maar bon, de live ging voor en dat heb ik zelf ook zo gewild.”
Barbara Morgenstern: “Ook ik kon mijn ogen niet geloven, toen ik zag hoe de voorste rijen door het lint gingen. Ik voelde halfweg mijn live-set dat er een echte club-vibe hing in de zaal, terwijl ik op voorhand dacht dat het hier veeleer een concertzaal betrof waar een echt ‘luisterpubliek’ op zou afkomen. Vandaar dat ik halfweg mijn optreden mijn setlist heb gedeleted om het over een resoluut andere boeg te gooien. Net zoals mijn album ‘Nichts Muss’ sluit ik mijn concerten doorgaans af met ‘Reset’, mijn meest monumentale, plechtstatige instrumental tot nu toe. Hier heb ik de titel van dat nummer nog letterlijker genomen. Ik heb het midden in de set gespeeld als cesuur en ben daarna…tja, beginnen hakken.”
Pardon my Dutch, maar je leek echt extatisch.
Barbara: “Inderdaad ja. De meeste mensen die me vooral van mijn platen kennen, denken dan altijd dat ze zo een freel-fragiele treezebees te zien gaan krijgen die stokstijf achter haar casiootje wat modern chanson voor zich uit zit te wauwelen. Maar niets daarvan natuurlijk. Babs rocks. Toch wanneer het publiek mee wil. Ik heb al in schouwburgzaaltjes gespeeld met veel rode pluche en kristallen kroonluchters, en dan laat ik de mensen heus wel op hun stoelen zitten natuurlijk. En dat is ook wel fijn omdat je dan altijd mag hopen dat de mensen ook met je teksten bezig zijn en zo. Maar zo een concert als gisteren vind ik echt het tofst. Vooral wanneer het uit de lucht komt vallen. Als ik zo ergens op een experimenteel getint clicks&cuts festival geprogrammeerd sta, weet ik op voorhand dat ik mij wat aan die andere moeilijkdoeners en rare kwieten ga aligneren. En zit ik in een echte club, dan weet ik dat ik best onafgebroken de beats laat knallen. Maar hier, met een welbepaald concept beginnen, zien dat het op zich wel aanslaat en dat de mensen je set heus wel smaken, maar voelen dat er ook nog iets anders mogelijk is en daar dan ineens voor gaan, en dan allemaal samen door het dak…heerlijk!”
Gudrun: “Daarom dat je nog het liefst van al alleen speelt, hè Babs. Soms treedt ze op in groep of als duo. Amai, heb ik haar begeleiders al moeten kalmeren omdat ze de setlist weer helemaal overhoop had gegooid. Wie met Babs het podium op wil, mag echt wel niet bang zijn van wat improvisatie. Ik heb haar al vaak zien optreden, en echt waar, elk concert is anders.”

Warmte

Als vertegenwoordigers van Monika Enterprise zijn jullie ongetwijfeld experten in deze materie. Leg me eens uit hoe het komt dat uitgerekend van vooral de melodische en zachtere elektronica, om niet te zeggen van zijn meest poppy variant, vandaag de dag de meest innovatieve, creatieve en dynamische impulsen uitgaan. Tot voor kort liepen altijd de hardere en radicalere stijlen voorop, en volgde de mainstream met gepaste achterstand. Nu lijkt het wel andersom.
Gudrun: “Dat komt omdat muzikale creativiteit vaak gevoed wordt door een aanvankelijke tegenreactie. Toen ikzelf muziek maakte met mijn zogezegde punkgroep Malaria, maakten wij harde muziek omdat de mainstream zeemzoeterige muziek maakte. Zachtheid domineerde. En arrangementen. De Johnny’s, nerds en onnozelaars luisterden toen naar slows en disco en singer-songwriters en symfonische rock. Nu luisteren de Johnny’s en onnozelaars naar overgesimplifieerde retropunk en bikkelharde gabberhouse. Om het met onze kameraden van Scooter te zeggen: Louder Faster Harder. Vroeger werd je door mainstream-muziek doodgeknuffeld. Nu word je erdoor doof gebruld. Vandaar dat als je vandaag iets nieuws wil horen of maken, je bijna automatisch de volumeregelaar naar beneden schuift. En dat je na twintig jaar van verslaving aan de beat weer naar variatie zoekt in muziek, naar charme, naar compositorisch ingevingen, en vooral ook naar warmte.”
Barbara: “En hetzelfde geldt voor de abstracte elektronica. Er worden daar nog altijd massa’s en massa’s goede platen van uitgebracht, maar hoeveel ga je er daar als muziekliefhebber van kopen zeg. Van die platen die onderling verwisselbaar zijn. Zelf hoor ik dat heel graag, en ik speel zelfs vaak in dezelfde zalen en op dezelfde festivalpodia als al die clickers, maar er zijn er zoveel van! En ze klinken in heel veel gevallen echt wel hetzelfde. En op den duur hoor je als gewone luisteraar echt geen verschil meer in al dat digitaal geknutsel. En dan ineens hoor je een song. Een elektronische song maar wel een song. En dan heb je iets van ‘Ha, goed gedaan’. En dan hoor je daarna iets van Ellen Alien, en dan doet die hetzelfde maar wel heel anders. Je hoort dat we wel met hetzelfde bezig zijn, maar je hoort ook direct verschil. En dat maakt het voor de modale muziekfan toch een stuk aantrekkelijker, zou ik denken.”
Maar intussen begint die nieuwe school van poppy elektronica en digitaal chanson op zijn beurt toch ook een dominante stroming te worden, zeker in Duitsland.
Gudrun: “Tja, daarom ook dat ik met Monika Enterprise nu weer een nieuwe weg insla. Mijn nieuwste signing is Cobra Killer. Vergeleken bij hen is Atari Teenage Riot een kindergarten. Cobra Killer maakt snoeiharde digitale punk, inclusief een live pornoact. Aangezien blijkbaar niemand anders reageert tegen de nieuwe elektronische braafheid die we met Monika Enterprise mee hebben gegangmaakt, dacht ik: ik zal dan maar zelf in de tegenaanval gaan.”
Er zijn wel meer markante trekjes aan de signings op je label. Het zijn allemaal vrouwen?
Gudrun: “Yep. Nu, omwille van mijn verleden met Malaria en zo, wordt dat nogal snel uitgelegd als hardcore feminisme mijnentweegs. En ergens is het dat misschien ook wel. Voor een stukje dan. Maar heel dat vrouwengedoe vergt een zo genuanceerde uitleg, dat als ik het goed wil doen, we eerst nog beter tien extra tassen koffie drinken. Laten we het daarom erop houden dat vrouwen vrouwen beter aanvoelen en mannen mannen.”

Punkdiva

Babs zet intussen de tanden in een dubbele croque-monsieur, zodat ik wat kletstijd alleen krijg met… mijn tieneridool. Want voor wie hier al twee keer over die groepsnaam Malaria heen las zonder zijn popencyclopedie erbij te halen. Gudrun Gut is toch wel een beetje La Gut. Ze had een plaatsje in de allereerste line-up van Einsturzende Neubauten, vervolgens gaf ze met de zwartgeblakerde punkmeidengroep Malaria wat extra-diepte (en sex-appeal) aan de Neue Deutsche Welle, samen met haar makkers Thomas Fehlmann en Sun Electric hield ze de roemruchte Berlijnse Ocean Club en bijhorende radioshow boven de doopvont en in de jaren negentig dook ze samen met Blixa Bargeld zowaar heel eventjes de hitlijsten binnen met het fantastische technohitje ‘Die Sonne’ (checkt u die oude eerste ‘Keinijg’-compilatie nog maar eens). Maar zoals gezegd, het voormalige eighties cult-icoon houdt zich nu bezig met labelmanagement, DJ-en en digitaal chanson. Of zou die eighties-revival misschien…
Gudrun: “Maar neen, ik was geen punkdiva, nooit geweest, niet het een en niet het ander. Bettina, dat was de diva. En de punkster. Laten we trouwens zeggen dat Bettina de beste waarborg is dat er geen Malaria-reünie komt, wat mij betreft. We hebben het ooit nog wel even geprobeerd hoor, midden jaren negentig. Maar blijkbaar was dat vanuit marketing-oogpunt iets te vroeg, hihi. En we hadden heel heel rap alweer embras, Bettina en ik. Je zal het dus met je nieuwe DAF- en Fehlfarben-cd’s moeten stellen.”
Maar ik kan me toch moeilijk voorstellen dat je het enkel bij je DJ-schap houdt als tegengewicht voor de stress van je nieuwe roeping als businesswoman.
Gudrun: “Zeker niet. In de zomer komt er een nieuw album uit van de Members Of Ocean Club, het losvaste collectief waaruit ook dat hitje met Blixa Bargeld is ontsproten. Maar met Blixa botst het ook al eens vaker dan dat het klikt, vandaar dat we daar toen wijselijk geen vervolg aan hebben gebreid. Ook al lagen de centen blijkbaar voor het rapen. Met ons nieuwe album willen we een staalkaart brengen van waar Ocean Club momenteel voor staat. En er verschijnt ook een DJ-mix-album. Daarop zullen we terugblikken op onze voorbije Ocean Club tournee in China. Dat was voor ons echt een revelatie.”

Dichteres

Tweede croque voor Gudrun en dus weer over naar Barbara.
Wat me opvalt bij de beluistering van je album is hoe bedrieglijk de eenvoud van de teksten is. De beelden en metaforen en inzichten die je met die spaarzame woordenschat oproept, zijn dat allesbehalve. Eigenlijk schrijf je poëzie.
Barbara: “Eeeuh… Ik probeer dat. Het is waar dat ik heel hard zwoeg op mijn teksten. Ook al zijn ze op zich poepsimpel. Maar ik wil niet alleen dat ze goed klinken. Ik wil ook dat ze goed verbeelden. Mij maakt het niet uit of mensen echt met die teksten bezig zijn, maar ik ben zeker dat daar onbewust iets van blijft hangen. Zelfs mensen die geen gebenedijd woord Duits kennen, hebben dat blijkbaar snel door. Door iets in de taal zelf, associaties die ze leggen naar hun eigen taal, maar ook door de manier waarop ik mijn teksten een plaats geef in mijn muziek. Ik durf mijn stem inderdaad wel eens op de voorgrond zetten, ja. En mijn dictie en intonatie geven dan blijkbaar toch genoeg weg over de diepere inhoud.”
Wie is je favoriete dichter?
Barbara: “Ai, dat is wat onnozel eigenlijk. Mijn favoriete dichter heet Christian Morgenstern. Maar het is helemaal geen familie hoor. Alleen kan hij zo fantastisch schrijven, luchtig en met veel humor en toch diep, over zeer bevreemdende zaken die hij dan heel gewoon maakt en andersom. Een beetje zoals wat ik probeer. Maar laat die gast nu net dezelfde naam hebben. Daardoor klinkt dat zo onnozel. Krijg ik geen herkansing?”
OK, OK, Wat is je favoriete remix die je tot nu toe op je conto hebt staan.
Barbara: “Wel, dat zijn er drie. De meest speciale remix die ik heb gedaan was er een van de eerste vrouwengroep van Kaboel. Een schitterende zangeres overigens. Maar het is dus echt een groep hè. Geen zangeres met een orkestje of een studioproject. Ze repeteren en spelen echt als een groep. Ik denk dat er wel een nummer van hen zal prijken op de volgende Monika-compilatie. En dan heb ik er nog eentje speciaal voor Gudrun. Mijn remix van Chicks On Speed hun cover van “Kaltes Klares Wasser” van Malaria. En dan eentje speciaal voor de gonzo-lezers. Een remix van België’s meest onderschatte elektrochanson-act Ming. Echt onvoorstelbaar hoe weinig Belgen Ming kennen. En geloof me, het is echt zo mooi. Vergeet Barbara Morgenstern, koop Ming!”
Zo is dat. Eigen elektronica eerst
Barbara, Gudrun: “Wass?”

‘Nichts Muss’ van Barbara Morgenstern is uit op Monika Enterprise en wordt verdeeld door Labels

terug naar de 'pers' pagina
toonfestival.nl © 2005
)toon) is een initiatief van Peter Bruyn, Patronaat & Nieuwe Vide